De Europese Commissie verlengt de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun tot 30 juni 2022

EU
Available languages: EN FR

De Europese Commissie heeft besloten de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun te verlengen tot 30 juni 2022. Naast de verlenging van de geldigheidsduur beoogt de wijziging de drempels voor bepaalde categorieën steun te verhogen en voorziet zij in de geleidelijke afschaffing van steun in de vorm van investeringssteun en solvabiliteitssteun die respectievelijk tot 31 december 2022 en 31 december 2023 ten uitvoer kan worden gelegd.

Inleiding

In juni 2021 organiseerde de Commissie een openbare raadpleging over de toekomst van de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun ter stimulering van de economie in de huidige uitbraak van COVID-19 ("tijdelijke kaderregeling") na de zware gevolgen die de pandemie voor de EU-economie heeft gehad. Ondanks het uitblijven van reacties heeft de Commissie de lidstaten in september 2021 een ontwerpwijziging voorgelegd die ertoe strekt de duur van de tijdelijke kaderregeling te verlengen en te voorzien in de geleidelijke afschaffing van steunmaatregelen van de overheid.

Op 18 november 2021 heeft de Europese Commissie de tijdelijke kaderregeling inzake staatssteun officieel verlengd. Naar aanleiding van de opmerkingen van de lidstaten werd het ontwerp op een aantal punten gewijzigd, met name een verhoging van het plafond voor steun van beperkte omvang.

De tijdelijke kaderregeling die in maart 2020 voor het eerst werd goedgekeurd, is gebaseerd op artikel 107(3)(b) VWEU om een ernstige verstoring in de economie van de EU op te heffen. Daarom willen wij eraan herinneren dat alleen ondernemingen die na 31 december 2019 in moeilijkheden zijn geraakt (met uitzondering van micro- en kleine ondernemingen), in aanmerking komen voor steun op grond van de tijdelijke kaderregeling, om ervoor te zorgen dat deze niet wordt gebruikt voor overheidssteun die geen verband houdt met de COVID-19-uitbraak.

Waarin voorziet de zesde wijziging van de tijdelijke kaderregeling?

Algemeen

Met de zesde wijziging van de tijdelijke kaderregeling wordt de toepassing ervan verlengd tot ten minste 30 juni 2022 voor alle categorieën steun waarop de kaderregeling van toepassing is en worden nieuwe maatregelen ingevoerd die economische investeringen en solvabiliteitssteun in de nasleep van de pandemie mogelijk maken. Met deze maatregelen wordt beoogd zich geleidelijk te ontdoen van de omvangrijkere staatssteun die reeds in de economie is geïnjecteerd, die zich thans hopelijk op de weg naar een gestaag herstel bevindt.

Aanpassingen van de steunplafonds voor bepaalde categorieën steun

De drempels van twee categorieën steun zijn verhoogd:

  • Voor de regeling van beperkte steunbedragen gaat het plafond van 1,8 miljoen EUR per onderneming per land omhoog naar 2,3 miljoen EUR tussen maart 2020 en 30 juni 2022;

  • Steun in de vorm van steun voor niet-gedekte vaste kosten mag niet meer bedragen dan 12 miljoen EUR (terwijl dat voorheen 10 miljoen EUR was).

Helaas heeft de Commissie, ondanks de lange duur van de pandemie, de plafonds voor andere categorieën steun zoals overheidsgaranties en gesubsidieerde leningen, niet herzien.

Nieuwe geleidelijke afschaffing van steun

Naast de verlenging van de looptijd van deze uitzonderlijke staatssteunregels had de Commissie, zoals beschreven in ons vorige artikel van 4 oktober 2021, voorgesteld om ook na de vastgestelde einddatum investerings- en solvabiliteitssteunmaatregelen mogelijk te maken, en heeft zij deze nu daadwerkelijk ingevoerd. Concreet zullen investeringssteunmaatregelen die een duurzaam herstel op gang kunnen brengen, beschikbaar zijn tot 31 december 2022 indien de betrokken investeringen dateren van vóór 1 februari 2020, terwijl de solvabiliteitssteunmaatregelen ten uitvoer kunnen worden gelegd tot 31 december 2023.

1. Steunmaatregelen voor investeringen

De lidstaten krijgen de mogelijkheid om private investeringen in ondernemingen te stimuleren, mits de investeringssteun gebaseerd is op een regeling, mogelijks in diverse vormen, en mits het maximumbedrag aan individuele steun nominaal niet meer dan 10 miljoen EUR bedraagt. Dit plafond wordt verhoogd tot 15 miljoen EUR wanneer de steunregeling uitsluitend voorziet in steun in de vorm van garanties of leningen. Voorts mag de individuele steun niet meer bedragen dan 1% van de totale begroting van de regeling, behalve in uitzonderlijke situaties die door de betrokken lidstaat naar behoren moet worden gemotiveerd.

De in aanmerking komende kosten van deze investeringssteunmaatregelen mogen alleen de kosten van investeringen in (im)materiële activa omvatten, met uitsluiting van financiële investeringen. De steunintensiteit mag voorts niet meer bedragen dan 15% van de in aanmerking komende kosten, hoewel verhogingen gerechtvaardigd kunnen zijn wanneer het KMO’s betreft. In het geval van steun in de vorm van garanties of leningen mag de steunintensiteit niet meer dan 30% van de in aanmerking komende kosten bedragen. Tenslotte kunnen de lidstaten de steun beperken tot investeringen die ten goede komen aan specifieke economische gebieden die van bijzonder belang zijn voor het economisch herstel, mits deze beperkingen ruim worden opgevat en geen kunstmatige beperking vormen van de in aanmerking komende investeringen.

2. Maatregelen ter ondersteuning van de solvabiliteit

Solvabiliteitssteun moet daarentegen worden verleend om de schuldenlast van een onderneming te verlichten en moet worden verstrekt als een stimulans voor particuliere investeringen in aandelenkapitaal, achtergestelde schulden of hybride kapitaalinstrumenten, met als doel het risico tussen de lidstaten en private investeerders te verdelen. Deze risicodeling wordt bereikt door de waarde van een dergelijke garantie te beperken tot ten hoogste 30% van de onderliggende portefeuille in geval van dekking van eerste verliezen, met een limiet van 10 miljoen EUR voor het totale bedrag van de verstrekte financiering per onderneming.

Evenals investeringssteun wordt solvabiliteitssteun verleend op basis van een regeling, maar in de vorm van overheidsgaranties of soortgelijke maatregelen. Dergelijke steun moet aan marktgerichte voorwaarden worden verleend en mag alleen KMO’s en kleine mid-caps als eindbegunstigden hebben, terwijl financiële instellingen volgens de tijdelijke kaderregeling uitdrukkelijk zijn uitgesloten.

Andere belangrijke wijzigingen

Naast het bovenstaande heeft de Commissie ook nog volgende wijzigingen aangebracht:

  • een verlenging van 30 juni 2022 tot 30 juni 2023 van de mogelijkheid voor de lidstaten om terugbetaalbare instrumenten om te zetten in andere vormen van steun, zoals rechtstreekse subsidies;

  • de niet-toepasselijkheid van het verbod op niet-verplichte couponbetalingen indien de herkapitalisatiemaatregelen niet volledig zijn afgelost wanneer het hybride kapitaalinstrumenten betreft;

  • een verduidelijking over het gebruik van de bepalingen inzake uitzonderlijke flexibiliteit van de richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun van de Commissie, namelijk dat (i) de "eigen bijdragen" van ondernemingen onder 50% van de herstructureringskosten kunnen blijven zolang zij aanzienlijk blijven en aanvullende nieuwe financiering tegen marktvoorwaarden omvatten, (ii) dat de lidstaten ondernemingen ook kunnen compenseren met schadevergoedingsmaatregelen op grond van artikel 107(2)(b) VWEU, ongeacht het principe dat de steun eenmalig dient te zijn zoals vastgelegd in de richtsnoeren van de Commissie betreffende reddings- en herstructureringssteun die gebaseerd zijn op artikel 107(3)(c) VWEU, en iii) dat een meer algemene "reset" van dat beginsel kan worden overwogen, gezien de uitzonderlijke omstandigheden die zich tijdens de COVID-19-pandemie hebben voorgedaan; en

  • een verlenging van de aangepaste lijst van landen die geen verhandelbaar risico vormen (in de context van de kortlopende exportkredietverzekering) tot 31 maart 2022 in plaats van tot 30 juni 2022 zoals oorspronkelijk in de ontwerpwijziging was bepaald.

Conclusie

Van meet af aan dient te worden beklemtoond dat alle steunregelingen waarin de tijdelijke kaderregeling voorziet, door de lidstaten bij de Commissie moeten worden aangemeld vooraleer zij ten uitvoer kunnen worden gelegd, en dat de Commissie haar goedkeuring moet bevestigen.

De Commissie heeft in dit verband een aanmeldingsformulier gepubliceerd om de verlenging van de reeds op basis van de tijdelijke kaderregeling goedgekeurde nationale regelingen te vergemakkelijken. Dit proces verloopt doorgaans efficiënt en vrij snel.

Aangezien de pandemie zich blijft ontwikkelen en economieën wereldwijd verstrikt raken en de Commissie de tijdelijke kaderregeling al vijf keer in die context heeft gewijzigd (zie in dit verband onze artikelen van 7 april 2020, 13 mei 2020, 10 juli 2020, 16 oktober 2020 en 3 februari 2021), kan worden verwacht dat deze wijziging de laatste zal zijn.

CMS verbindt zich er daarom toe u op de hoogte te houden van deze ontwikkelingen en van de overheidsmaatregelen die door de lidstaten worden genomen om uw onderneming te steunen. Raadpleeg in dit verband de door CMS gepubliceerde gids over de steunmaatregelen van de overheid die in 21 Europese landen zijn genomen in het kader van de COVID-19-crisis.

Neem contact op met uw vaste CMS-partner of raadpleeg onze brochure voor de CMS-contactpersoon in uw rechtsgebied.