Bestuurders van gereglementeerde ondernemingen kunnen niet langer worden gebonden door een arbeidsovereenkomst

Belgium
Available languages: EN FR

Tot voor kort konden bestuurders van gereglementeerde ondernemingen als zelfstandige optreden en tegelijkertijd hun operationele taken als werknemer vervullen. Die tijd is nu voorbij. Deze kentering is gefaseerd tot stand gekomen.

De eerste mijlpaal in deze hervorming was de invoering van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen (WVV) in maart 2019. Het WVV bevestigde uitdrukkelijk dat het verboden is voor bestuurders van de BV, CV en NV, maar ook voor leden van de directieraad en leden van de raad van toezicht van de NV, om hun mandaat uit te oefenen in de hoedanigheid van werknemer. Met andere woorden, bestuurders van deze vennootschapsvormen zijn verplicht hun mandaat als zelfstandige uit te oefenen.

Deze ontwikkeling in het vennootschapsrecht heeft een impact gehad op het bestuur van gereglementeerde vennootschappen die onderworpen waren aan specifieke governance regels. Ten eerste heeft de Belgische toezichthouder op de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen – de Nationale Bank van België (NBB) – in 2020 haar overkoepelende circulaire inzake governance gewijzigd om onder meer het verbod te verankeren om een bestuursmandaat of lidmaatschap van het directiecomité van een (her)verzekeringsonderneming te bekleden onder het sociaal statuut van werknemer. De NBB preciseerde namelijk dat de combinatie van twee statuten (zelfstandige en werknemer) binnen eenzelfde onderneming als onverenigbaar werd beschouwd met de beginselen van goed bestuur die op dergelijke ondernemingen van toepassing zijn.

Bij wet van 27 juni 2021 werd dergelijk verbod op cumulatie van statuten bevestigd in de wet op het toezicht op de (her)verzekeringsondernemingen, maar werd het ook uitdrukkelijk uitgebreid tot de meeste toezichtswetten voor andere gereglementeerde ondernemingen. Zo moeten voortaan de leden van het directiecomité (in voorkomend geval) van (i) beheervennootschappen van ICB’s, (ii) beheervennootschappen van AICB’s, (iii) kredietinstellingen met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap (alsook deze met een andere rechtsvorm dan een naamloze vennootschap die een directiecomité hebben opgericht) en (iv) vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies met de rechtsvorm van een naamloze vennootschap, noodzakelijkerwijs de hoedanigheid van zelfstandige hebben voor de uitoefening van een dergelijk vennootschapsmandaat. De genoemde wet is op 19 juli van dit jaar in werking getreden.

Gelet op het voorgaande zullen de betrokken ondernemingen het statuut van hun bestuurders moeten herzien om zich ervan te vergewissen dat zij voldoen aan de nieuwe toepasselijke regelgeving. Onze teams Bankwezen en Financiën en Sociaal recht staan tot uw beschikking om u in dit kader bij te staan.