COVID-19: Meer flexibiliteit voor de Europese structuur- en investeringsfondsen

Europe
Available languages: EN FR

Op 23 april 2020 heeft de Europese Unie de Verordening (EU) nr. 2020/558 aangenomen, betreffende specifieke maatregelen met het oog op uitzonderlijke flexibiliteit bij het gebruik van de Europese structuur- en investeringsfondsen naar aanleiding van de uitbraak van Covid‐19. Een eerste voorstel voor een verordening van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) voorzag in de afschaffing van alle mogelijke administratieve lasten en een actievere betrokkenheid van de sociale partners en relevante maatschappelijke organisaties om een doeltreffend crisisbeheer te waarborgen.

De verordening is gepubliceerd in het Publicatieblad van de EU en kan hier worden bekeken.

Op 30 maart 2020 had de Europese Unie al Verordening (EU) nr. 2020/460, bekend als "CRII" (Corona Response Investment Initiative), aangenomen met drie kernmaatregelen, namelijk het versoepelen van de toepassing van de EU-uitgavenregels, het uitbreiden van het toepassingsgebied van het Solidariteitsfonds van de EU, maar ook het vrijmaken van ongeveer EUR 8 miljard onmiddellijke liquiditeiten om meer dan EUR 37 miljard aan Europese openbare investeringen te genereren.

De verergering van de crisis en de gevolgen voor de economie zijn echter van dien aard dat aanvullende maatregelen essentieel waren. Verordening (EU) nr. 2020/558, bekend als "CRII-plus" (Corona Response Investment Initiative Plus), voert dus een tweede reeks maatregelen uit.

Deze nieuwe reeks maatregelen staat toe om alle ongebruikte steun uit de Europese structuur- en investeringsfondsen maximaal te mobiliseren door meer flexibiliteit te bieden. Dit laatste komt tot uiting in vier assen die in de verordeningen voorkomen:

  1. Het biedt de mogelijkheid om van een financieringspercentage van 100% van de Europese Unie te genieten, terwijl het percentage van deze Europese financiering in principe maximaal 40% is voor het cohesiebeleid, de rest moet worden gefinancierd door nationale bijdragen. Deze financiering is alleen mogelijk voor crisismaatregelen en voor het boekjaar 2020-2021.
  2. De verordening voorziet in overdrachtsmogelijkheden tussen de drie Cohesiefondsen - het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF) en het Cohesiefonds.
  3. Het maakt het ook gemakkelijker om middelen van het ene programma naar het andere en van de ene regio naar de andere over te hevelen, waarbij de lidstaten zelf beslissen aan welk programma/gebied zij de ontvangen middelen toewijzen.
  4. Op basis van deze verordening zullen de lidstaten het hierboven gespecifieerde nieuwe Europese financieringspercentage kunnen toepassen zonder een bepaald deel van de financiering te moeten besteden aan belangrijke thema's (met voorbeelden zoals onderzoek, klimaat, enz.).

Naast deze laatste overwegingen zal de verordening ook de procedurele stappen met betrekking tot de uitvoering van het programma, het gebruik van de financiële instrumenten en de audit vereenvoudigen.

De regels betreffende het Europees Fonds voor hulp aan de meest behoeftigen (FEAD) en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) werden gewijzigd om deze twee specifieke fondsen te ondersteunen. Dit omvat steun met voedselhulp, materiële en medische hulp en hulp voor de tijdelijke stopzetting van de visserijactiviteit (met een flexibelere herverdeling van financiële middelen binnen de operationele programma's).

Deze aanvullende maatregelen zijn bedoeld om de gevolgen van de gezondheidscrisis tegen te gaan. Aangezien Nu Europese bedrijven met ernstige liquiditeitstekorten te kampen hebben, neemt het aantal overheidsinvesteringen dat nodig is om veel sectoren van de economie te ondersteunen, aanzienlijk toe. Het is daarom cruciaal om deze investeringen met gunstige tijdelijke regels te vergemakkelijken.

Opgemerkt moet worden dat deze verlichting van de lasten voor de nationale begrotingen volgens de Europese Rekenkamer moet leiden tot een evenwicht tussen de flexibiliteit die deze nieuwe maatregelen bieden en de verplichting om verantwoording af te leggen. De toewijzing van middelen moet zo transparant mogelijk te zijn.

Aangezien de lidstaten nog altijd verantwoording moeten afleggen over het gebruik van de fondsen (zelfs in tijden van crisis en aanpassing van de relatieve regels), zal de Europese Commissie haar controle in dit verband moeten handhaven. Dit taak zal des te ingewikkelder zijn doordat de Commissie niet gemakkelijk toegang zal hebben tot betrouwbare informatie over de financiering in het kader van de ESIF.

De Europese Commissie is ook verantwoordelijk voor de juiste toepassing van deze maatregelen, in die zin dat zij de ontwikkelingen nauwlettend zal moeten volgen om ervoor te zorgen dat de tijdelijke en uitzonderlijke maatregelen die genomen worden slechts gedurende de door deze buitengewone situatie vereiste tijd van kracht blijven.

Deze maatregelen vormen dus een aanvulling op de steun van staten waarvan de begrotingen helaas niet kan worden uitgebreid.