COVID-19: de Europese Commissie geeft toestemming voor de Belgische waarborgregelingen

Belgium
Available languages: EN FR

De eerste Belgische steunregelingen aangemeld bij de Europese Commissie sinds het begin van de COVID-19-crisis werden door de Europese Commissie goedgekeurd.

De Commissie heeft op 9 april 2020 toestemming gegeven voor een waarborgregeling ter ondersteuning van ondernemingen die in het Vlaamse Gewest actief zijn. De steunmaatregel ter waarde van maximaal 3 miljard euro dekt werkkapitaal en investeringskredieten.

Op 11 april 2020 heeft de Commissie de Belgische waarborgregeling van 50 miljard euro goedgekeurd.

De goedgekeurde maatregelen zijn bedoeld om de moeilijkheden waarmee veel ondernemingen te kampen hebben te verhelpen betreffende bestaande leningen, maar ook om bijkomende krediet te verkrijgen om hun liquiditeitsbehoeften te dekken. De regelingen werden goedgekeurd op grond van het tijdelijke steunkader dat de Commissie op 19 maart 2020 heeft aangenomen (als gewijzigd op 3 april 2020).

Let wel dat deze regelingen niet cumulatief zijn en dat de door het Vlaamse Gewest opgezette regeling een tweedelijnsinstrument is dat alleen zal worden uitgevoerd bij gebrek aan staatswaarborg voor de betrokken bankfinanciering.

Wie zijn de potentiële begunstigden van de staatswaarborgregeling?

De begunstigden van de federale maatregel zijn alle ondernemingen die op het Belgische grondgebied actief zijn, met inbegrip van zelfstandigen, KMO’s en grote ondernemingen, met uitzondering van:

  • bedrijven die deel uitmaken van de financiële sector; en
  • overheidsentiteiten zoals bepaald op grond van het ontwerp van Koninklijk besluit tot toekenning van een staatswaarborg voor bepaalde kredieten in de strijd tegen de gevolgen van het coronavirus.

De steun zal enkel worden verleend aan ondernemingen die:

  • op 29 februari 2020 niet meer dan 30 dagen achterstal hadden op hun lopende kredieten of die geen actieve kredietherstructurering doorliepen op die datum; en
  • op dezelfde datum niet beschouwd moesten worden als ondernemingen in moeilijkheden in de zin van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (AGVV). De AGVV bepaalt dat een onderneming in moeilijkheden verkeert indien zij aan ten minste één van de volgende omstandigheden voldoet:

    • in het geval van een vennootschap met beperkte aansprakelijkheid: wanneer meer dan de helft van haar geplaatste aandelenkapitaal door de opgebouwde verliezen is verdwenen. Dit is het geval wanneer het in mindering brengen van de opgebouwde verliezen op de reserves (en alle andere elementen die doorgaans worden beschouwd als een onderdeel van het eigen vermogen van de onderneming), een negatieve uitkomst oplevert die groter is dan de helft van het geplaatste aandelenkapitaal;
    • in het geval van een onderneming waarin ten minste een aantal van de vennoten onbeperkt aansprakelijk is voor de schulden van de onderneming: wanneer meer dan de helft van het kapitaal van de onderneming zoals dat in de boeken van de onderneming is vermeld, door de gecumuleerde verliezen is verdwenen;
    • wanneer tegen de onderneming een collectieve insolventieprocedure loopt of de onderneming volgens het nationale recht aan de criteria voldoet om, op verzoek van haar schuldeisers, aan een collectieve insolventieprocedure te worden onderworpen;
    • wanneer de onderneming reddingssteun heeft ontvangen en de lening nog niet heeft terugbetaald of de garantie nog niet heeft beëindigd, dan wel herstructureringssteun heeft ontvangen en nog steeds in een herstructureringsplan zit;
    • in het geval van een onderneming die geen kmo is: wanneer de afgelopen twee jaar: de verhouding tussen het vreemd vermogen en het eigen vermogen van de onderneming, volgens de boekhouding van de onderneming, meer dan 7,5 bedroeg, en de op basis van de EBITDA bepaalde rentedekkingsgraad van de onderneming lager lag dan 1,0.

Wat zijn de modaliteiten van de toekenning van de staatswaarborgregeling?

De federale regeling bestaat uit twee maatregelen:

  • een betalingsuitstel van zes maanden van het krediet aan ondernemingen waartoe de kredietinstellingen zich hebben verbonden; en
  • een staatswaarborgregeling voor portefeuilles van de in aanmerking komende leningen die via de kredietinstellingen worden verstrekt om in de extra liquiditeitsbehoeften van ondernemingen te voorzien.

De beschikking van de Commissie heeft enkel betrekking op de waarborgregeling voor leningen. Het betalingsuitstel is een verbintenis van de financiële sector met betrekking tot zowel ondernemings- als particulier kredieten, en valt derhalve onder de specifieke voorwaarden vastgelegd in het Charter betalingsuitstel ondernemingskredieten.

De waarborgen voor leningen zullen via kredietinstellingen (of hun bijkantoren) worden verstrekt. Deze kredietgevers moeten volgens het Belgische recht erkend zijn en op 31 december 2019 kredieten hebben uitstaan op een of meer kredietnemers voor een totale nog niet afgeloste hoofdsom van minstens 20.000 euro.

Om in aanmerking te komen, moeten de leningen aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • het moet gaan om nieuwe leningen die door kredietinstellingen en in aanmerking komende ondernemingen worden aangegaan in de periode van 1 april 2020 tot en met 30 september 2020;
  • werkkapitaal en investeringskredieten zijn; en
  • een maximale duur van één jaar hebben.

Het maximumbedrag van de leningen is begrensd tot het laagste van onderstaande bedragen:

  • 50 miljoen euro; of
  • het bedrag van de liquiditeitsbehoeften van de kredietnemer voor zijn activiteiten gedurende een periode van 12 maanden voor grote ondernemingen en 18 maanden voor KMO’s en zelfstandigen.

De drempel van 50 miljoen euro kan echter worden verhoogd na schriftelijke en voorafgaande toestemming van de Belgische staat, maar blijft onderworpen aan het plafond van de liquiditeitsbehoeften van de kredietnemer.

De regeling legt een aanzienlijk deel van het risico van de gewaarborgde leningen bij de banken doordat zij als eerste de verliezen in de gewaarborgde kredietportefeuilles zullen dekken, terwijl de staatswaarborg alleen de resterende verliezen zal dekken.

Om ervoor te zorgen dat de waarborg alleen wordt gebruikt als er voldoende verliezen zijn geleden, is het maximumbedrag van de staatswaarborg gelijk aan:

  • 0% voor de eerste 3% van de verliezen;
  • 50% voor de volgende 2% van de verliezen;
  • 80% voor de resterende verliezen.

De te betalen waarborgpremie is afhankelijk van de omvang van de begunstigde onderneming:

  • voor KMO’s met een looptijd van één jaar: 25 basispunten;
  • voor grote ondernemingen met een looptijd van één jaar: 50 basispunten.

Deze waarborgpremies worden verhoudingsgewijs verlaagd wanneer de looptijd van de lening minder dan een jaar bedraagt.

Wie zijn de potentiële begunstigden van de waarborgregeling van het Vlaamse Gewest?

De begunstigden van de federale maatregel zijn alle ondernemingen die op het grondgebied van het Vlaamse Gewest actief zijn, met uitzondering van financiële intermediairs.

De steun mag in het kader van de maatregel alleen worden verleend aan ondernemingen die op 31 december 2019 niet in moeilijkheden verkeerden in de zin van de AGVV (zie hierboven), de groepsvrijstellingsverordening voor de landbouw of de groepsvrijstellingsverordening voor de visserij.

Let op dat de steunmaatregel alleen openstaat voor ondernemingen bij gebrek aan staatswaarborg voor de betrokken bankfinanciering.

Wat zijn de modaliteiten van de toekenning van de waarborgregeling van het Vlaamse Gewest?

De steunmaatregel dekt werkkapitaal en investeringskredieten.

In het kader van de maatregel wordt de steun verleend via kredietinstellingen en andere financiële instellingen.

De in aanmerking komende leningen zijn:

  • nieuwe leningen, of
  • bestaande leningen na hun herstructurering met toestemming van de kredietnemer. De financiële intermediair zal dan de voorwaarden die van toepassing zijn op de lening moeten aanpassen door, bijvoorbeeld, langere looptijden, lagere rentepercentages of lagere onderpand toe te kennen.

Het maximumbedrag van de leningen met een looptijd na 31 december 2020 mag niet meer bedragen dan:

  • het dubbele van de jaarlijkse loonmassa van de begunstigde (met inbegrip van de sociale lasten en de kosten van het personeel dat op het terrein van de onderneming werkt maar formeel in dienst is van onderaannemers) voor 2019, of voor het laatste beschikbare jaar. Bij na 1 januari 2019 opgerichte ondernemingen, mag het maximumbedrag van de lening niet hoger zijn dan de geraamde totale jaarlijkse bruto loonmassa van de eerste twee exploitatiejaren; of
  • 25% van de totale omzet van de begunstigde in 2019; of
  • met een passende rechtvaardiging kan het bedrag van de lening worden verhoogd tot het bedrag van de liquiditeitsbehoeften van de kredietnemer voor zijn activiteiten gedurende een periode van 12 maanden voor grote ondernemingen en 18 maanden voor KMO’s.

Voor leningen met een looptijd tot 31 december 2020 kan het bedrag van de lening hoger zijn, mits dit naar behoren wordt gemotiveerd en de evenredigheid van de steun wordt gewaarborgd.

De dekking van de waarborg mag niet meer bedragen dan 80% van de hoofdsom van de lening. De verliezen zullen evenredig worden gedragen door de financiële intermediairs en door Gigarant. Het bedrag van de waarborg zal evenredig met de daling van de lening afnemen.

De te betalen waarborgpremie is afhankelijk van de looptijd van het onderliggende in aanmerking komende kredietinstrument en de omvang van de onderneming:

  • voor KMO’s: 25 basispunten (voor het 1ste jaar); 50 basispunten (voor het 2de-3de jaar); en 100 basispunten (voor het 4de-6de jaar);
  • voor grote ondernemingen: 50 basispunten (voor het 1ste jaar); 100 basispunten (voor het 2de-3de jaar); en 200 basispunten (voor het 4de-6de jaar).

De maatregel biedt ook waarborgen met betrekking tot mogelijke indirecte steun aan kredietinstellingen of andere financiële instellingen om de concurrentie tussen financiële intermediairs te waarborgen.

Welke elementen werden door de Commissie in aanmerking genomen voor de goedkeuring van de waarborgregelingen?

De Commissie is van oordeel dat de maatregel in overeenstemming is met de voorwaarden die in het tijdelijke steunkader zijn uiteengezet (zie hieromtrent ons artikel van 7 April 2020). De Commissie heeft voor elke aangemelde Belgische regeling de volgende elementen in aanmerking genomen:

Waarborgregeling van het Vlaamse Gewest Staatswaarborgregeling

  • het onderliggende kredietbedrag per onderneming blijft beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om haar liquiditeitsbehoeften voor de voorzienbare toekomst te dekken;
  • de waarborgen lopen slechts tot het eind van dit jaar;
  • de duur van de waarborgen is maximaal zes jaar; en
  • de waarborgpremies liggen niet hoger dan de niveaus die in het tijdelijke steunkader zijn bepaald.



  • de waarborgen dienen ter dekking van leningen met een beperkte looptijd en een beperkte omvang;
  • de regeling is beperkt in de tijd;
  • voorziet in een minimumvergoeding voor de waarborgen; en
  • bevat passende waarborgen om ervoor te zorgen dat de steun via de banken wordt doorgegeven aan eindbegunstigden die steun nodig hebben.

De Commissie is derhalve tot de bevinding gekomen dat de maatregelen noodzakelijk, passend en evenredig zijn om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen, overeenkomstig artikel 107, lid 3, onder b), VWEU en de voorwaarden die zijn vastgesteld in het tijdelijke steunkader dat de Commissie op 19 maart 2020 heeft aangenomen, als gewijzigd op 3 april 2020.

Het is nu aan de financiële instellingen om de aanvragen van de ondernemingen te bekijken en de waarborg te vragen aan de Staat of het Vlaamse Gewest.

Meer informatie over de maatregelen die in België en andere rechtsgebieden van de Europese Unie zijn genomen, is te vinden in onze CMS Expert Guide to State Aid During Coronavirus Crisis.