Last call: wie voor 1 januari 2018 houder was van een pand op de handelzaak; "Register now, or forever hold your peace"

Belgium
Available languages: EN FR

Het is ondertussen bijna een jaar geleden dat de Wet van 11 juli 2013 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de zakelijke zekerheden op roerende goederen betreft en tot opheffing van diverse bepalingen ter zake (“Pandwet”) in werking is getreden.

Een van de grote wijzigingen die de Pandwet met zich meebracht is de invoering van een bezitloos pand en de daarmee samenhangende invoering van een (autonoom) elektronisch pandregister. Voortaan volstaat eenvoudige registratie in het pandregister als publiciteitsmaatregel met het oog op de tegenstelbaarheid aan derden (uitgezonderd wat betreft het pand op schuldvorderingen). Het tijdstip van registratie bepaalt meteen ook de rangregeling.

Het wegvallen van de vereiste buitenbezitstelling (voorheen de algemene regel) maakte een einde aan het nut van de rechtsfiguur van het pand op de handelszaak zoals geregeld door de wet van 25 oktober 1919. De achterliggende ratio van deze figuur was namelijk net het mogelijk maken van een pand zonder buitenbezitstelling. Het zou inderdaad economisch nogal onstrategisch zijn om de buitenbezitstelling te vereisen van net die goederen die in de exploitatie van de onderneming de opbrengst genereren ter voldoening van de schuld.

De Pandwet maakte komaf met deze figuur. Ze voert een uniforme regeling in die de verpanding toelaat van alle verhandelbare roerende goederen (mits enkele uitzonderingen), waaronder met andere woorden dus ook de handelszaak. De Pandwet laat overigens, daar waar het voorheen enkel mogelijk was voor financiële instellingen om een pand op de handelszaak te vestigen mits akte en inschrijving in een bijzonder register van het hypotheekkantoor, nu aan alle schuldeisers toe een pand te vestigen op de handelszaak. Noteer ook dat onder de nieuwe regeling een pand kan gevestigd worden op de volledige voorraad. (Voordien geplafonneerd op de helft van de voorraad).

Wie op het ogenblik van de inwerkingtreding van de Pandwet reeds houder is van een zekerheidsrecht, blijft onderworpen aan de voorheen geldende regelgeving, weliswaar met uitzondering van het pand op de handelszaak. Dit heeft uiteraard gevolgen voor wie op dat ogenblik houder is (was) van dergelijk recht. Voor deze schuldeisers voorzien de overgangsmaatregelen van de Pandwet echter in de mogelijkheid om, binnen een termijn van 12 maanden volgend op de inwerkingtreding van de Pandwet, hun pandrecht te registreren in het pandregister zonder hun rang ten aanzien van andere schuldeisers te verliezen.

Ondertussen 11 maanden later, hebben houders van een hierboven besproken pandrecht dus nog slechts enkele weken de tijd om hun pandrecht te registreren. Wie na 31 december registreert, verliest onherroepelijk zijn rang!

Of anders gesteld: you snooze, you lose!